0-9 - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z

Begrippenlijst - G

Gemeente
De mensen die geloven dat Jezus Christus, de Messias, de Zoon van God is en geloven dat zij leven door te geloven in die naam, noemt men christenen. Zij komen samen in een kerk. In de Protestantse kerk duidt men met kerk het gebouw aan, terwijl de kerkelijke gemeenschap aangeduid wordt als de gemeente. Met gemeente wordt in de Bijbel de gelovigen aangeduid. Een dominee (voorganger) begint zijn preek vaak met de woorden: “Gemeente van onze Heer Jezus Christus”. Dit wordt zo gezegd omdat christenen Jezus zien als het hoofd van de gemeente. In dit geval wordt met ‘gemeente’ alle christenen verstaan.
Genade
Term die gebruikt wordt om de relatie tussen God en de mensen aan te geven. De mens heeft geen recht of verdiensten om voor genade in aanmerking te komen. De hemel, of de zaligheid, is door de kloof tussen God en de mensen door de zonde niet te verdienen. Men spreekt dan ook van sola fide, sola gratia, dat wil zeggen; alleen door geloof en alleen door genade. Genade gaat dan ook uit van de wil en soevereiniteit en de onmetelijke liefde van God, die Hij altijd en aan iedereen wil geven.
Goede Vrijdag
De dag waarop alle kerken de kruisdood van Jezus Christus gedenken op Golgotha. Goede Vrijdag is de droevigste feestdag van het kerkelijk jaar. Toch wordt deze dag ‘goed’ genoemd om erop te wijzen dat Jezus is gestorven om de mensen van de zonden te verlossen.
Goede week
De week van Palmzondag tot eerste Paasdag. Deze week wordt ook wel ‘stille week’ genoemd. In deze week valt behalve de Palmzondag ook Witte donderdag, Goede vrijdag, Stille zaterdag en Paaszondag.