Vanuit de pastorie... (6)

Geschreven door Ds. Jaap Hansum op . Gepost in Predikanten

Ik schrijf deze regels enkele dagen voor het afscheidsfeest en de afscheidsdienst, die, als u dit leest, alweer achter de rug liggen. Deze laatste weken bereiken ons vrijwel dagelijks langs allerlei wegen hartelijke afscheidsgroeten vanuit het dorp en de gemeente. Dat doet ons bijzonder goed. Het geeft iets weer van de goede band die we met elkaar hebben opgebouwd en beleefd. Dank voor zoveel hartelijkheid, betrokkenheid en waardering.

Het is ondoenlijk om in enkele regels recht te doen aan de jaren die achter ons liggen.
Er waren de verschillende seizoenen en getijden van het leven met een lach en een traan, met regen en zonneschijn. Soms was het leven verrukkelijk en soms ook verschrikkelijk. En wat ons in al die wisselende omstandigheden bij elkaar heeft gebracht en gehouden waren de woorden van God die met ons zijn meegereisd. Ze hebben ons gedragen en gestuurd, stilgezet en ook moed gegeven om verder te gaan. Door wat het leven ons bracht en hoe God ons daarin leidde zijn we aan elkaar verbonden geraakt. Een verbondenheid die blijvend is, ook nu onze wegen scheiden.

Samen hebben we ook een geloofsgemeenschap gevormd. Een geestelijk huis met ruimte voor allerlei geloofsbelevingen. Een kring waar we onszelf en elkaar oefenen in een leven als volgelingen van Jezus. Waar we ons door Gods Geest laten beademen en vernieuwen. Werk in de kerk en in Gods koninkrijk wordt in de Bijbel vaak vergeleken met beelden uit de landbouw. Het heeft iets van ploegen, zaaien en maaien, van snoeien, vrucht dragen en oogsten.

Van dat alles hebben we de afgelopen jaren in allerlei geledingen van onze gemeente hoopvolle voorbeelden gezien. Deze beeldspraak helpt om het werk nu ook dankbaar en met veel vertrouwen los te laten. In de wetenschap dat de één plant, dat de ander water geeft, en dat het God is die doet groeien. (1 Korintiërs 3). Persoonlijk denk ik deze dagen veel aan enkele regels uit het gedicht 'De Ploeger' van Adriaan Roland Holst:

Ik zal de halmen niet meer zien
noch binden ooit de volle schoven,
maar doe mij in den oogst geloven
waarvoor ik dien.

Met een hartelijke groet vanuit ons gezin,
Ds. Jaap Hansum