Afscheidsdienst mw. Truus Bos
Liturgie voor de afscheidsdienst voorafgaand aan de begrafenis van
Trijntje Bos – Truus
Bodegraven, 23 juli 1931 Lunteren, 3 februari 2026
op maandag 9 februari 2026
om 13.00 uur
in de Maranathakerk te Lunteren
Voorganger: Cock Kroon
Ouderling van dienst: Henny Neutel – van Holland
Organist: Ina Tamerus – Nap
Orgelspel bij binnengeleide: NLB 244
Aan ’t eind der pelgrimsreize
zal voor mijn oog verrijzen
uw grote eeuwigheid.
O eeuwigheid, gij schone,
mijn hart wil in u wonen,
het vindt geen thuis in deze tijd.
Woorden van welkom
Aansteken van de herinneringskaars
Votum en groet
Zingen: Psalm 84 : 1 en 2
1 Hoe lieflijk, hoe goed is mij, Heer,
het huis waar Gij uw naam en eer
hebt laten wonen bij de mensen.
Hoe brand ik van verlangen om
te komen in uw heiligdom.
Wat zou mijn hart nog liever wensen
dan dat het juichend U ontmoet
die leven zijt en leven doet.
2 Het heil dat uw altaar omgeeft
beschermt en koestert al wat leeft.
De mus, de zwaluw vindt een woning.
Haar jongen zijn in veiligheid.
Mij is een schuilplaats toebereid
in het paleis van U, mijn koning.
Heil hen die toeven aan uw hof
en steeds zich wijden aan uw lof.
Woorden van herinnering
Zingen: Psalm 36 : 2
Uw heil is als de hemel hoog,
uw trouw verheft zich voor ons oog
tot in de hoogste wolken.
Uw recht is als de bergen vast,
uw oordeel als de vloed die wast,
tot schrik voor alle volken.
Uw gunst alleen maakt waarlijk vrij,
ja, over mens en dier wilt Gij
alom uw vleuglen spreiden.
Bij U te wonen, HEER, is goed,
met spijs en drank in overvloed
wilt Gij ons hart verblijden.
Gebed
Lezen uit de Bijbel: Romeinen 8: 18 – 24 & 31 – 39
18 Ik ben ervan overtuigd dat het lijden van deze tijd in geen verhouding staat tot de luister die ons in de toekomst zal worden geopenbaard. 19 De schepping ziet er reikhalzend naar uit dat de luister van Gods kinderen openbaar wordt. 20 Want de schepping is ten prooi aan zinloosheid, niet uit eigen wil, maar door Hem die haar daaraan heeft onderworpen. Maar er is hoop, 21 omdat ook de schepping zelf zal worden bevrijd uit de slavernij van de vergankelijkheid en zal delen in de vrijheid en luister die Gods kinderen geschonken wordt. 22 Wij weten dat de hele schepping nog altijd als in barensweeën zucht en lijdt. 23 En zij niet alleen, ook wijzelf, die als voorschot de Geest hebben ontvangen, ook wij zuchten in onszelf in afwachting van de openbaring dat we kinderen van God zijn: de verlossing van ons sterfelijk bestaan. 24 In deze hoop zijn we gered. Als we echter nu al zouden zien waarop we hopen, zou het geen hoop meer zijn. Wie hoopt er nog op wat hij al kan zien? – – – 31 Wat moeten wij hier verder over zeggen? Als God voor ons is, wie kan dan tegen ons zijn? 32 Zal Hij, die zijn eigen Zoon niet heeft gespaard, maar Hem omwille van ons allen heeft prijsgegeven, ons dan met Hem ook niet alles schenken? 33 Wie zal Gods uitverkorenen aanklagen? God zelf spreekt hen vrij. 34 Wie zal hen veroordelen? Christus Jezus, die gestorven is, meer nog, die is opgewekt, zit aan de rechterhand van God en pleit voor ons. 35 Wat zal ons scheiden van de liefde van Christus? Tegenspoed, ellende of vervolging, honger of armoede, gevaar of het zwaard? 36 Er staat geschreven: ‘Om U worden wij dag na dag gedood en afgevoerd als schapen voor de slacht.’ 37 Maar wij zegevieren in dit alles glansrijk dankzij Hem die ons zijn liefde heeft bewezen. 38 Ik ben ervan overtuigd dat dood noch leven, engelen noch machten noch krachten, heden noch toekomst, 39 hoogte noch diepte, of wat er ook maar in de schepping is, ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, die Hij ons bewezen heeft in Christus Jezus, onze Heer.
Overdenking
Zingen: NLB 641 : 1, 3 en 4
1 Jezus leeft, en ik met Hem! 3 Jezus leeft, Hem is de macht.
Dood, waar is uw schrik gebleven? Niets kan mij van Jezus scheiden.
Hem behoor ik en Zijn stem Hij zal, als de vorst der nacht
roept ook mij straks tot het leven, Mij te na komt, voor mij strijden.
opdat ik Zijn licht aanschouw, Drijft de vijand mij in ´t nauw,
dit is al waar ik op bouw dit is al waar ik op bouw.
4 Jezus leeft, nu is de dood
mij de toegang tot het leven.
Troost en kracht in stervensnood
zal de Levende mij geven,
als ik stil Hem toevertrouw:
‘Gij zijt al waar ik op bouw!‘
Dankgebed – Voorbede – Onze Vader
Gezamenlijk gebed: Onze Vader
Onze Vader, die in de hemelen zijt;
Uw naam worde geheiligd.
Uw koninkrijk kome. Uw wil geschiede,
gelijk in den hemel, alzo ook op de aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood.
En vergeef ons onze schulden,
gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren.
En leid ons niet in verzoeking,
maar verlos ons van de boze.
Want uw is het koninkrijk, en de kracht,
en de heerlijkheid in der eeuwigheid.
Amen.
Zingen: NLB 753 : 1, 2 en 6
1Er is een land van louter licht, 2 Daar is het altijd lentetijd,
waar heil’gen heersers zijn. in bloei staat elke plant.
Nooit gaat de gouden dag daar dicht, Alleen de smalle doodszee scheidt,
in duisternis of pijn. ons van dat zalig land.
6 God, laat ons staan als Mozes hier,
hoog in Uw zonneschijn,
en geen Jordaan, geen doodsrivier,
zal scheiding voor ons zijn.
Heenzending en zegen
Orgelspel: “Op U mijn Heiland, blijf ik hopen”
Op de Natuurbegraafplaats Heidepol
Graflegging van Truus (Trijntje) Bos
Geloofsbelijdenis
Ik geloof in God de Vader, de Almachtige Schepper van de hemel en de aarde. En in Jezus Christus, zijn eniggeboren Zoon, onze Here; die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria; die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven, en begraven, neergedaald in de hel; op de derde dag opgestaan uit de doden; opgevaren naar de hemel, en zit aan de rechterhand van God de Almachtige Vader; vandaar zal Hij komen om te oordelen de levenden en de doden. Ik geloof in de Heilige Geest. Ik geloof een heilige, algemene, christelijke kerk, de gemeenschap der heiligen; vergeving van de zonden; opstanding van het lichaam; en een eeuwig leven.
Afscheid en laatste groet
