Maak kennis met: Hermien Brinks-Vincent (76)

‘spreuk’

Hermien is getrouwd met Reint, samen hebben ze twee kinderen een zoon
(54) in Elspeet en een dochter (51) in Arnhem. Beiden zijn getrouwd. Mevrouw
Brinks is trots op haar kleinzoon Marnix van 19 jaar, de zoon van haar dochter.
In 2009 is de man van mevrouw Brinks overleden. Dat doet mevrouw Brinks nog
steeds veel verdriet. Mevrouw Brinks woont sinds zes en een half jaar in woonzorgcentrum Vilente de Pleinen. Zes jaar geleden heeft mevrouw Brinks een hersenbloeding gekregen. Sindsdien is mevrouw Brinks links halfzijdig verlamd. Na de revalidatie van 8 maanden in Clingendael, kwam Mevrouw Brinks hier in Vilente wonen. Dit gesprek vindt plaats op de eerste echt zonnige vrijdag eind mei en we drinken een heerlijke kop thee met een stroopwafel in de gezellig ingerichte woonkamer van Mevrouw Brinks.

Mevrouw Brinks vertelt over haar jeugd en hoe zij haar man heeft leren kennen: ‘Ik heb geen leuke jeugd gehad, want mijn ouders zijn overleden toen ik 12 was. Ik had nog 2 jongere broertjes en een zusje van 9 maanden.” Daarna ben ik naar Opoe gegaan in Okkenbroek. Mijn broertjes en zusje gingen naar andere familieleden. Behalve Jan, die ging naar een pleeggezin. Er was veel verdriet. Maar God was er altijd voor mij. Zoveel steun als ik daaraan gehad heb.’ ‘Toch, toen kwam het geluk. Op mijn zestiende leerde ik mijn man in de kerk leren kennen. We hadden 3 jaar verkering, toen ben ik onder een hooikap gekomen en brak mijn rug. Hij was mij trouw en bezocht mij in het ziekenhuis elke dag. Ik ben toen een jaar in het ziekenhuis en de revalidatie geweest. Daarna zijn we getrouwd. Ik heb nog steeds het gevoel dat God toen heeft ingegrepen. Het was zo’n fijne vent! Alle huwelijksjaren met mijn man waren fantastisch. We hadden het zo goed samen en met onze kinderen.’

Heeft u altijd in Ede gewoond?
‘Nee wij woonden in Voorthuizen net buiten het dorp in een huis met een grote tuin.’

Dus u bent niet altijd naar de Maranathakerk gegaan?
‘Nee niet altijd. 22 jaar geleden, in 1999, zijn wij op Kernhem in Ede komen wonen. We wilden graag een woning met een minder grote tuin en besloten te verhuizen vanuit Voorthuizen naar deze nieuwe wijk in Ede.‘

Maar hoe komt u vanuit de Kernhem in Ede dan in de Maranathakerk van Lunteren terecht?
‘Nou wij zijn eerst bij “de Ark” geweest aan de Heyendaal. Toen ontstond daar een brand in 2002. Vijf maanden kon de kerk niet gebruikt worden. Wij zijn toen gaan kerken bij verschillende gemeenten in de omgeving. Zo kwamen we in de Maranathakerk; dat lag ons wel. Dat is inmiddels zo’n 18 jaar geleden. Wij kregen hier vrienden en mooie contacten.’

Wat sprak u zo aan in de Maranathakerk?
‘Mijn man kon het goed vinden met Dominee Rijken. Wij vonden het hier gemoedelijk. De huidige dominee Steenkamp ken ik niet zo goed. Maar de vorige dominee, Jaap Hansum, vond ik zeker een goede predikant en zijn vrouw, Mevrouw Hansum, kwam regelmatig op bezoek en dat was zo fijn. Wij hadden goede gesprekken, ook toen ik revalideerde in de Clingendael. ‘

Op welke manier beïnvloedt Corona uw leven?
‘De zorgmedewerkers hier moeten heel hard werken. Ze hebben het te druk door de Corona. De activiteiten doe ik niet meer, want die zijn er niet meer. Maar de
ene week komt mijn dochter soms met mijn kleinzoon Marnix, hij studeert in
Wageningen, of met haar man Hans. De andere week komt mijn zoon met zijn
vrouw. Toch sinds kort is er gelukkig weer enige vorm van activiteiten.’

Hoe gaat het kerken voor u in deze Coronatijd, luistert u naar ‘Kerkdienst gemist”?
‘Ik luister naar twee diensten: de dienst uit Voorthuizen van de Ichtuskerk en de
Maranathakerk. Heel fijn is het dat we sinds kort eens in de veertien dagen hier
een dienst meemaken via de beamer in de huiskamer. Daar ga ik altijd naar toe.’

Van welke liederen geniet u echt als die gezongen worden tijdens een dienst?
‘Dat zijn er twee: “Op bergen en in dalen, en overal is God. Waar wij ook immer dwalen of toeven, daar is God.” En zeker ook gezang 466 “Als God, mijn God, maar voor mij is, wie is er dan mij tegen? Dan werken druk en droefenis mij nochtans tot een zegen; dan waakt alom een eng’len wacht, dan zie ik sterren in de nachten bloemen op mijn wegen.” Dat vind ik toch zo prachtig!’

Op welke manier vindt u nu nog steeds steun aan uw geloof?
‘Vooral de betekenis van God en Jezus voor ons allemaal en voor mij. De betekenis van Pinksteren is voor mij nog steeds heel belangrijk. God heeft mij
altijd gesteund.’

Waar geniet u van zo door de dag heen?
‘Nou vooral van lezen. Ik lees heel veel. Op dit moment lees ik de Zeven Zussen, het zevende deel. Wat heel veel indruk op mij gemaakt heeft, is het boek: “Het meisje uit de trein” van Irma Joubert. Het gaat over de oorlog. Een joods meisje zit in een trein als die trein wordt overvallen door de Duitsers. Zij overleeft het. Ze wordt opgenomen in het gezin van een van de aanvallers. En door hem na de oorlog naar Zuid -Afrika gestuurd.’ ‘Ik geniet ook heel erg van bezoek van mijn kinderen en hun partners, dat is heerlijk. Ik vind het ook heel fijn om op pad te gaan met de rolstoel door Ede. En ik geniet van bezoek aan mijn dochter en familie. Ik ga regelmatig naar mijn broers en schoonzussen toe. Dat is zo
gezellig. Ik ben een buitenmens. Zodra het goed weer is ga ik met de rolstoel op pad. Ik rij zo’n 1500 km per jaar.’ Na het gesprek maken we een paar foto’s. We kiezen samen welke foto het beste past. De volgende dag appen we elkaar hoe mooi dit gesprek voor ieder van ons was.

Karin Klootwijk-Elzinga.

© 2020 Alle rechten voorbehouden​

Gemaakt met ❤ door Wim & Rogine​